Goede voornemens zijn net anti-rimpelcrème

Je weet dat het niet werkt, maar je blijft het proberen

Ergens half december – gewapend met een nieuwe planner, een verse pen en een kop thee met “positieve intenties” – denk ik altijd: het nieuwe jaar wordt het anders. Ik ga beter plannen, gezonder eten, vaker bewegen...

Ik weet niet hoe dat bij jou zit, maar ik word daar altijd enthousiast van. Zo’n gevoel dat je krijgt als met je net-gekochte nieuwe anti-rimpelcrème naar huis gaat. Hoopvol, nu gaat het gebeuren.

Stiekem weet je heus wel dat je daar niet ineens tien jaar jonger van wordt. Maar het idee dat het zou kunnen… dat is genoeg om te blijven smeren. Zo werkt het dus ook met goede voornemens.

Waarom we zo dol zijn op dat frisse begin

Volgens de psychologie is het “fresh start effect” hier de schuldige. Ons brein houdt van symboliek. Een nieuw jaar, een maandag, een lege planner – het voelt allemaal als een schone lei. Een kans om opnieuw te beginnen, dit keer wél goed.

Dat gevoel van nieuwigheid maakt ons optimistisch.

We fantaseren even dat de vrouw die we op 31 december waren – druk, moe, soms wat chaotisch – op magische wijze is getransformeerd in iemand die altijd haar succesvol alle to-do’s afvinkt, drie keer per week sport, een koningin is in de keuken en de rust heeft van een boedha.

Dat geeft een shot dopamine: de hersenstof die ons vertelt dat we “goed bezig” zijn. Alleen… dopamine houdt niet van doorzetten. Het houdt van beginnen. Daarom is het zo heerlijk om plannen te maken – en zo lastig om ze vol te houden.

Goede voornemens sneuvelen meestal niet omdat we zwak zijn, maar omdat ze domweg te groot en te vaag zijn.

We zeggen: “Ik ga gezonder leven.” Maar wat betekent dat eigenlijk?

Je hersenen hebben niks aan een intentie zonder actie.

En zodra het even misgaat — je vergeet te sporten, eet een stuk taart, of hebt een week waarin je alleen maar rent en vliegt — komt het “what the hell-effect” om de hoek kijken. Je denkt: ach, nu maakt het ook niet meer uit, en laat het hele plan los.

Hetzelfde als met die anti-rimpelcrème:

Eén dag vergeten te smeren, en hup — je gelooft alweer dat het allemaal voor niks was. Ons brein is een beetje zwart-wit ingesteld. Alles-of-niets.

Maar echte verandering zit in het grijze tussengebied — het gebied van “meestal wel” in plaats van “altijd perfect”.

De wetenschap van gewoontevorming (en waarom je brein liever op de bank blijft)

Neurowetenschappers weten inmiddels dat ons brein lui is — of beter gezegd: zuinig met energie.

Nieuwe gewoontes aanleren betekent nieuwe verbindingen leggen tussen hersencellen, en dat kost energie. Dus kiest je brein liever voor het oude, vertrouwde gedrag. Dat verklaart waarom we steeds terugvallen in onze oude patronen, zelfs als we weten dat ze ons niet helpen. Je hoofd zegt: ik wil rust, structuur en gezonde gewoontes, maar je hersenen fluisteren: ja, maar Netflix is nu wél lekker makkelijk. En dat is geen karakterfout. Dat is biologie.

Wat werkt dan wél?

Oké, het is dus duidelijk dat grote voornemens niet werken, of in elk geval erg lastig. Wat werkt dan wel?

Als je de biologie van je hersenen volgt, moet je veranderen dus doen in kleine stapjes. Geen grote doelen, maar mini-gedragingen die wél haalbaar zijn.

In plaats van “Ik ga meer bewegen” zeg ik: “Ik loop elke dag even een kwartiertje een blokje om.”

In plaats van “Ik ga gezonder eten”: “Ik eet bij de lunch iets groens. Maakt niet uit wat.”

En in plaats van “Ik wil meer rust in mijn hoofd”: “Ik schrijf elke avond drie dingen op die nog in mijn hoofd zitten.”

Kleine stapjes zorgen ervoor dat je hersenen denken: dit kan ik aan. En als je dat herhaalt, wordt het gewoonte.

Niet spectaculair — maar wel duurzaam

De valkuil van perfectie

De echte valkuil van goede voornemens is dat we geloven dat we pas “goed bezig” zijn als we alles foutloos doen.

Maar gedrag is geen make-up: je kunt het niet gewoon even strak aanbrengen en klaar.

Elke poging telt.

Ook als het niet elke dag lukt.

Want verandering gaat niet in rechte lijnen — het gaat met bochten, hobbels, en soms een U-turn naar de bank met chips.

En weet je wat? Dat is prima.

Structuur houd je on track

En wat als het een dag niet gaat? Als je dus niet foutloos bent?

Dan houd de juiste Structuur jou on track. In de training de Structuurformule creëer jij je eigen vangnet om beter om te gaan met hobbels en obstakels bij je goede voornemens. Ook als je daar niet op 1 januari mee begint trouwens.

Dus jouw goede voornemens mislukken niet omdat jij geen discipline hebt.

Ze mislukken omdat je trapt in de valkuil van perfectie. Je wilt alles tegelijk, in grote stappen en in 1 keer goed.

Met een betere structuur, die bij jou past, los je dit op. In kleine stapjes, die je ook volhoudt.